Medewerkers in een fabriek worden samengesteld maken zich zorgen over hun gezondheid. Vandaar de vraag: is de blootstelling aan de stoffen in hun werkomgeving op termijn schadelijk?

 

 1. Gevaarlijke stoffen in een fabriek: eerste risicoschatting 

Het totale bestand bestaat uit circa 200 verschillende stoffen. Om prioriteit aan te brengen hebben kan er gebruik worden gemaakt van Stoffenmanager. Hiermee ontstaat ook een overzicht van de gevaarlijke stoffen. Wanneer u reeds een eigen registratie heeft, dan kan dat ook al input dienen voor het stellen van prioriteiten. Control banding (conform Stoffenmanager), kan aan deze basis liggen.

Met control banding wordt op basis van de gevaarlijkste stoffen (aangeduid met H-zinnen, de H van hazard) en de blootstelling (of blootstellingsfactoren) een eerste risicoschatting gemaakt. 

  • Aan de hand van de H-zinnen zijn de stoffen in gevaarsklassen ingedeeld: van A (zeer klein gevaar, geen effect) t/m E (zeer groot gevaar, zeer ernstig effect). 
  • Daarnaast is de mate van blootstelling nagegaan (Geen t/m Zeer hoog). 

De stoffen worden vervolgens onderverdeeld op basis van de gevaarsklassen en eerste inschatting van de blootstelling. De stoffen in de categorie rood worden als eerste nader beoordeeld, de stoffen in de laagste catergorie als laatste.

2. Gevaarlijke stoffen in een fabriek: blootstelling bepalen

Het is van belang te weten welke werkzaamheden er met de stoffen worden uitgevoerd en op welke wijze men kan bloot staan. Niet alle stoffen zijn direct te relateren aan een gevaarlijke product, maar kunnen ook ontstaan door een bepaald proces. Totaal overzicht is van belang.

Over de werkzaamheden en de stoffen kan het volgende worden bepaald: 

De gevaarlijke stoffen/ componenten:

  • is de stof CMR(S): carcinogeen, mutageen, reprotoxisch en/of sensibiliserend? 
  • samenstelling van het product in componenten (met percentages) 
  • wettelijke grenswaarde en bedrijfsgrenswaarde
  • bij vaste stof: de stoffigheid van het product;
  • bij vloeistof: de dampspanning (en relatieve vluchtigheid) 
  • Relevante H- en P-zinnen en overige informatie op basis van ADR. 
  • Werkzaamheden die leiden tot blootstellingen; rijden op een dieselheftruck, schuren van hout, bewerken van plastic etc.

Handelingen:

  • soort handeling met vaste stoffen (transport, afwegen, handmatig uitschudden van zakken, aanvegen van vloer,  schoonblazen met perslucht, enzovoort)
  • soort handeling met vloeistoffen (transport, mengen door roeren, mechanisch dompelen van werkstukken, met hoge snelheid mengen/mixen, spuiten, vernevelen, activiteiten met hogere procestemperaturen, enzovoort). 
  • duur en frequentie van de blootstelling

Beheersmaatregelen:

  • lokale beheersmaatregelen (omkasting met afzuiging, omkasting zonder afzuiging, plaatselijke afzuiging, emissieverhindering door nathouden, enzovoort). 
  • algemene ventilatie (geen ventilatie, mechanische en/of natuurlijke ventilatie, spuitcabine, enzovoort). 
  • welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken de medewerkers? 

Op basis van deze parameters kan de blootstelling aan de stoffen worden bepaald. Hiervoor kan Stoffenmanager worden gebruikt. Maar ook andere schattingsmodellen zijn bruikbaar, zoals ART of ECETOC-Tra.

3. Gevaarlijke stoffen in een fabriek: de bevindingen van een casus 

Een onderzoek in de fabriek. Fijn was om aan te tonen dat voor een groot deel van de processen en gevaarlijke stoffen (met componenten) de blootstelling voldoende beheerst bleek te zijn. Echter waren er uitzonderingen:

-        Situaties waar men met CM stoffen te maken had. Daar dienen nog meer maatregelen genomen te worden om te komen tot een gesloten poces.

-        Inzicht in de (on) mogelijkheden van deze CM stoffen.

-        Enkele situaties met een verhoogde blootstelling, waar de afzuiging verbeterd kon worden.

-        Enkele situaties met een verhoogde blootstelling waar werkwijzen verbeterd konden worden.

-        Totdat blootstellingsitusties voldoende beheerst waren, het formuleren van een PBM beleid. Hierbij is vastgelegd in welke situatie welke middelen gedragen dienden te worden.

-        In bepaalde gevallen zijn blootstellingsmetingen uitgevoerd, waarbij de daadwerkelijke blootstelling kon worden bepaald. Hieruit bleek dat:

  • In een enkel geval toch geen verdere maatregelen noodzakelijk waren.
  • Medewerkers zich meer bewust werden van de ‘gevaarlijke situaties’ waarmee men te maken had, men ging consequenter en op een juiste wijze de PBM dragen.

Vooral aan stoffen die zeer fijn zijn en daardoor gemakkelijk opdwarrelen en verstuiven bleken een probleem. De blootstellingsbeoordelingen gaven goed inzicht in de plekken waar maatregelen noodzakelijk bleken.

4. Welke praktische verbetermaatregelen zijn hier mogelijk?

Gegeven de bevindingen is gekeken naar in eerste instantie relatief eenvoudige, praktische maatregelen waarmee de blootstelling kon worden teruggedrongen. Invloed op vervanging van producten was mogelijk. Handelswijzen werden veranderd. En op een enkele plek de afzuiging verbeterd.  

De arbeidshygienische strategie heeft als basis gediend voor het vaststellen van de maatregelen. Er is nu meer contact tussen het bedrijf en de leverancier. Kritisch wordt gekeken naar stoffigheid van producten, is dit altijd noodzakelijk? Kan men poeders ook in opgeloste vorm aanleveren.

Praktisch waren er nog meer zaken:

  • Verklein openingen waardoor blootstelling plaats kan vinden.
  • Houd meer afstand bij bepaalde taken.
  • Voer taken uit wanneer men alleen in de ruimte is.
  • Houd kleppen/deksels zo veel mogelijk gesloten. 
  • Voer waar mogelijk de afzuiging bij de rand van de ketels op om daar een voldoende beschermend luchtgordijn te hebben.
  • Zorg voor een gedegen schoonmaak, met inzet van goede stofzuigers (met speciale filters voor fijnstof op de uitblaaskant). Vermijd zoveel mogelijk het gebruik van borstels en vegers.
  • Aanpassing van de omkleedprocedure.

5. Periodiek evalueren

Periodiek is het van belang om te beoordelen of de situatie veranderd is en daarmee de blootstellinginschatting herzien dient te worden. In die gevallen waar maatregelen zijn genomen, is het van belang door middel van metingen in kaart te brengen hoe hoog de blootstelling is. Hiermee kan zelfs soms aangetoond worden dat het niet meer van belang is bepaalde PBM te dragen.

Terug

+31(0)541-296204 | info@blokhuisarboadvies.nl | © BLOKHUIS ARBO ADVIES - all rights reserved  |  Contact